Handelingsperspectief gemeenten in de energietransitie, met het Planbureau voor de Leefomgeving

NIEUW JUNI 2017: Onderzoek in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving.

Een onderzoek naar 10 stadswarmte- en 9 windenergiecasussen

Gemeenten stellen ambitieuze energiedoelen voor zichzelf. De meeste gemeenten willen (ruim) voor 2050 klimaat- of energieneutraal zijn. Ze gaan vaak verder dan de nationale overheid. Maar wat kunnen ze eigenlijk? Ze lopen daarbij vaak tegen dezelfde knelpunten op: weerstand tegen wind-energie, warmtenetten komen moeizaam van de grond, energiebesparing in gebouwde omgeving gaat langzaam, op autogebruik hebben ze weinig invloed, enz.

Deze studie onderzoekt in hoeverre gemeenten er in de praktijk in slagen om hun ambities voor een energieneutrale gebouwde omgeving en hernieuwbare-energieopwekking te verwezenlijken. De onderzoekers nemen 19 gemeentelijke casussen onder de loep en bekijken welke wettelijke instrumenten en andere middelen gemeenten hebben, en welke knelpunten (en oplossingen) ze signaleren.

Van de 19 casussen die onderzocht zijn hebben er tien betrekking op stadswarmte en negen op windenergie. De belangrijkste bronnen van de studie zijn interviews met betrokken gemeenteambtenaren en gemeentelijke documenten.

Mijn rol:  juridisch instrumentarium, achtergrond onderzoek, interviews, analyse en bijdrage aan de rapportage, in samenwerking met Hans Elzenga (projectleider) en Anton van Hoorn van PBL.

Conclusies

Collectieve warmte

  • Het handelingsperspectief voor gemeenten is onder de huidige omstandigheden te beperkt om de benodigde toename van het aantal aansluitingen op een collectief warmtenet en de verduurzaming van de geleverde warmte op de termijn tot 2050 te bewerkstelligen.
  • Alleen voor nieuwbouw bestaan wettelijke instrumenten om te sturen op aansluiting op stadswarmte – maar die instrumenten worden niet altijd ingezet.
  • Voor bestaande bouw hebben gemeenten geen wettelijke instrumenten in handen om collectieve (stads)warmte te organiseren. Eigenaren van bestaande gebouwen en woningen moeten worden verleid met een aantrekkelijk aanbod – gemeenten mikken daarbij voor de woningmarkt vooral op gestapelde bouw met blokverwarming in bezit van corporaties.

Wind

  • Bij windenergieprojecten hoeft niet te worden gesleuteld aan financiële arrangementen om het verdienmodel te verbeteren. Het gaat meer om het zoveel mogelijk versterken van het gemeentelijke en maatschappelijke draagvlak voor de projecten.
  • De mate waarin gemeenten met een grote, van bovenaf opgelegde windenergieopgave de oorspronkelijke plannen hebben kunnen aanpassen verschilde sterk – hoe minder invloed, hoe meer onvrede.
  • Gemeenten zonder een van rijkswege opgelegde opgave hebben wel ambities, maar onvoldoende om de elektriciteitsvoorziening op gemeentelijk of regionaal niveau op termijn volledig hernieuwbaar te maken.
  • De meeste provincies delegeren de regie over windprojecten waarvoor ze formeel bevoegd gezag zijn naar de gemeenten – maar houden wel een vinger aan de pols.
  • Coöperatieve ontwikkelaars bieden ruime financiële compensatie- en participatiemogelijkheden voor inwoners – commerciële ontwikkelaars houden zich aan het normbedrag van de Nederlandse WindEnergie Associatie.
  • Gemeenten die geen eigenaar zijn van een windenergielocatie hebben geen juridische middelen om hogere bedragen of ruimere participatiemogelijkheden af te dwingen – toch lijken sommige gemeenten daarin te slagen.