Monitor Participatie hernieuwbaar op land

Op 30 oktober 2020 is de eerste Monitor Participatie Hernieuwbare energie op land, 20 juni 2020 openbaar. Deze geeft zicht op de huidige situatie van participatie van de omgeving in gerealiseerde wind- en zonneparken in Nederland.

Klimaatakkoord: participatie en het streven naar lokaal eigendom

Het Klimaatakkoord streeft naar participatie in de energietransitie. Iedereen moet mee kunnen doen. Een van de afspraken betreft een streven naar 50% eigendom van  lokale omgeving van de de productie van hernieuwbare energieprojecten op land in 2030. De omgeving moet niet alleen kunnen meedoen, maar ook kunnen beslissen of zelf doen. De omgeving als mede-eigenaar van de wind- en zonneparken, met zeggenschap en lokale baten.

Dit roept de vraag op hoe de participatie van de omgeving, en in het bijzonder lokaal eigendom op dit moment is geregeld in zonneparken en windparken.

Monitoren van participatie: hoe staat het ermee?

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat begin 2020 de opdracht om een participatiemonitor te ontwikkelen.  AS I-Search en Bosch & Van Rijn bundelden hun krachten om de participatiemonitor te ontwerpen en voor de eerste keer uit te voeren.

Lees ons rapport voor de resultaten:

Monitor Participatie hernieuwbare energie op land: resultaten nulmeting, 30 juni 2020

Leidraad Monitor Ontwerp: Monitor Participatie hernieuwbare energie op land, 30 juni 2020 (eindredactieversie 30 oktober 2020)

Kamerbrief over Stand van Zaken regionale Energiestrategie, met bijlage Monitor Participatie hernieuwbare energie op land (30 oktober 2020).

foto: RVO

Resultaten van de nulmeting: in het kort

De nulmeting geeft zicht op de invulling van participatie bij gerealiseerde wind- en zonneparken.

Hieruit blijkt onder andere dat:

  • voor zonneparken 4% van de productie is toe te rekenen als eigendom van de lokale omgeving. Bij wind is dat aandeel groter: 13%. In deze gevallen is de omgeving mede-eigenaar of volledig eigenaar van het zonnepark of windpark, vaak in de vorm van een lokale coöperatie, en regelmatig samen met andere lokale partijen zoals (een collectief van) agrariër .
  • 20% van de zonnestroom en 40% van de windstroom wordt geproduceerd in eigendom van een of enkele lokale partijen (agrariërs, lokale bedrijven, waterschap, e.d).
  • Andere vormen van participatie zoals financiële participatie zonder eigendom, een omgevingsfonds, omwonenden regeling of levering van lokale stroom zijn gebruikelijk voor windparken.  Hierin is het effect van de Gedragscode Wind op Land (2015) zichtbaar. De ontwikkeling van zonneparken komt later op gang.

Het effect van het Klimaatakkoord is nog niet of beperkt zichtbaar in de wind- en zonneparken die op dit moment operationeel zijn. Deze wind – en zonneparken zijn ruim voor het Klimaatakkoord van kracht werd, voorbereid en ontwikkeld.

Belangrijke punten uit de nulmeting:

  • de definities van participatievormen.
  • het onderscheid in twee typen lokaal eigendom: (1) eigendom van de lokale omgeving waarin iedereen mee kan doen en (2) eigendom van een of enkele lokale partijen.
  • de toerekening van eigendom.

Lees verder ons rapport: Monitor Participatie Hernieuwbare energie op land, 20 juni 2020. Voor de liefhebbers: de Leidraad bij de monitor bevat nadere toelichting op de begrippen, informatiebronnen, aanpak en uitvoering van de nulmeting.