Lokale warmte: kansen voor coöperaties

Wijken van het aardgas af. Dat is nogal wat. Aardgas wordt schaars en duur, nieuwbouw wordt niet automatisch meer op het gasnet aangesloten en gasleidingen worden straks niet meer automatisch vervangen. Dit betekent dat we onze huizen op andere manieren zullen moeten verwarmen. Hoe gaan we dat doen?

Een aansluiting op een collectief warmtesysteem is één van de mogelijkheden. Als dat in de buurt zit, betaalbaar is en duurzaam maar dat is op dit moment zeker nog niet overal het geval. Discussies zijn er volop.

De verkenning over lokale warmte-initiatieven onderzoekt:

  • de kansen van kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen (een duurzame bron en een klein collectief warmtenet).
  • de kansen voor burgercoöperaties in de productie, levering, beheer van het warmtenet en/of organiseren van afnemers.

Ik doe deze verkenning in opdracht van het programmabureau WarmteKoude, een samenwerkingsverband van 33 publieke en private organisaties in Zuid-Holland dat werkt aan verduurzaming van Zuid-Holland en het terugdringen van aardgasverbruik in de gebouwde omgeving. Met HIER opgewekt werk ik verder op dit thema, o.a de organisatie van een expertsessie en een presentatie op het HIER evenement 2016.

In vogelvlucht:

Deze verkenning brengt een twintigtal lokale warmte-initiatieven in kaart. Een aantal is in bedrijf, in andere gevallen gaat het om onderzoeksinitiatieven of ideeën. Bij een aantal initiatieven zijn burgercoöperaties betrokken. Meestal is de warmtevoorziening in handen van een gemeente of commerciële partij. In alle gevallen gaat het om initiatieven die op een creatieve manier gebruik maken van lokaal beschikbare bronnen, een (min of meer) rendabel warmtebedrijf runnen, of die daar serieus naar op zoek zijn.

Downloads

Een paar conclusies:

  • Zijn er kansen voor burgercoöperaties? Op dit moment eigenlijk nog niet. Het aantal warmtebedrijven in handen van burgers en/ of bewoners is (nog) zeer beperkt. Drie coöperaties hebben een operationeel warmtebedrijf (productie of levering), vijf zijn betrokken bij onderzoek.
  • Zolang aardgas een aantrekkelijker alternatief blijft, blijft het lastig is om geld te verdienen met lokale kleinschalige collectieve warmtevoorzieningen. De business case moet sluiten en dat blijft lastig. Als de exploitatie niet kostendekkend is en de investering niet wordt terugverdiend binnen een redelijke termijn, dan is collectieve warmte weinig interessant, ook niet voor ondernemende burgers. Een aantal cruciale randvoorwaarden zullen moeten veranderen: een hogere aardgasprijs, geen standaard gasaansluiting.De Denen hebben een interessant model: warmtebedrijven mogen geen winst maken (maar zijn wel kostendekkend).
  • Lossen lokale bedrijven het monopolie-probleem op? Nee, in principe niet. Eenmaal aangekoppeld aan een collectief systeem, dan wordt het lastig om er uit te stappen. De rentabiliteit van een systeem hangt af van het aantal afnemers. Vaak ontbreekt een alternatief. Klanten zijn net zo gebonden aan een klein lokaal warmtebedrijf als aan een groot warmtebedrijf, zolang er geen alternatief is en overstappen geen optie is. Dit geldt zelfs voor een coöperatief bedrijf waarvan de bewoners zelf eigenaar zijn. In dat geval zijn de bewoners afhankelijk van het collectief en elkaar: ze zijn monopolist van zichzelf. Hier wordt individuele vrijheid beperkt door het collectieve belang.
  • Is het belang van bewoners beter gewaarborgd in een coöperatief warmtebedrijf? In principe wel. In een coöperatief warmtebedrijf hebben de leden zeggenschap over het bedrijf. Als de bewoners (warmteafnemers) lid zijn, dan hebben ze invloed op de prijs, de kostentoerekening, de hoogte van winstuitkering en de besteding van de resterende winst. Ze hebben bovendien invloed op wat er met hun geld gebeurt: het geld dat de bewoners besteden aan hun energierekening blijft binnen de wijk of regio. Zolang het collectieve belang in lijn is met het individuele belang, is er weinig aan de hand. Als de warmtevoorziening in handen is van een burgercoöperatie waarvan de leden geen bewoner zijn in de wijk, dan is de situatie anders. In dat geval kan er een belangentegenstelling ontstaan tussen de coöperatie en de wijkbewoners. De coöperatie moet rendabel draaien en de leden verlangen enig rendement op hun inleg.