Handelingsperspectief energiecoöperaties (PBL, 2014)

PBL rapport 2014:
Energiecoöperaties: ambities, handelingsperspectief en interactie met gemeenten, met Hans Elzenga van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Deze beleidsstudie beschrijft de opkomst van energiecoöperaties en analyseert hun praktijk:  de  energieke samenleving in de praktijk.

  • Hoe gaat het met de energiecoöperaties? Wat willen ze en wat kunnen ze? Ofwel, wat is hun handelingsperspectief?
  • Hoe verloopt de samenwerking met de gemeenten? Wat kunnen gemeenten doen om de coöperaties te ondersteunen?

In het kort:

Midden jaren tachtig ontstaan de eerste windcoöperaties, rond 2007 gevolgd door een tweede coöperatieve golf. Begin 2014 staat de teller op ruim 100 energiecoöperaties. Ondernemende burgers werken aan energieopwekking, -besparing en -levering in hun eigen stad of dorp.

Gemakkelijk is het allemaal niet, zo blijkt in deze studie. “De situatie is broos”, vat een coöperatie directeur samen.

  • Een onzeker fiscaal stimuleringsbeleid remt grotere zonprojecten en daarmee ook de groei van energiecoöperaties.
  • De ‘postcoderoos regeling’ is weliswaar voor coöperaties bedoeld maar roept begin 2014 vooral nog heel veel vragen op.
  • Windprojecten krijgen te maken met protest van andere burgers.
  • Geld verdienen met de lokale energie is lastig en dat is wel nodig om het op de langere termijn vol te houden. Vrijwilligersmoeheid ligt op de loer.

Tegelijkertijd – en desondanks – is een kopgroep van coöperaties aan het professionaliseren.

  • Zon- en windprojecten komen (ondanks de hobbels) toch vaker van de grond.
  • De eerste leveranciersvergunningen zijn verstrekt aan de DE Unie en NLD energie.
  • Er ontstaan steeds meer stevige regionale samenwerkingsverbanden van coöperaties.
  • Coöperaties, gemeenten en provincies werken steeds vaker samen. Veel gemeenten ondersteunen door opdrachten aan te besteden of zachte leningen te verstrekken.

Gemeenten en het Rijk hebben de burgers nodig om hun ambitieuze energie- en klimaat doelen te realiseren. Coöperaties zijn schoolvoorbeelden van de zozeer gewenste actieve burgerparticipatie. Successen zijn nodig om de vaart er in te houden, want anders stroomt de energieke burgerenergie langzaam weg. Dat zou een gemiste kans zijn, vinden wij als onderzoekers.

Adviezen:

  • Aan gemeenten: Ontwikkel een heldere visie en beleid over de eigen rol in de energievoorziening én in de samenwerking met de coöperaties.
  • Aan het Rijk: Ontwikkel een geïntegreerde visie op het belang van ‘lokale energieopwekking‘ en maak heldere politieke keuzes over de stimuleringsregelingen. De rijksoverheid bepaalt de randvoorwaarden voor het succes van lokale opwekking. De stimuleringsregelingen zijn cruciaal voor de financiële haalbaarheid van duurzame energieprojecten en daarmee ook voor het voortbestaan van een coöperatie. Op dit gebied bestaat (te)veel onzekerheid. Helderheid en waar nodig verruiming van de mogelijkheden is nodig.

Downloads: